Home

Songteksten

Ai Ai Ai
(Kögeler/Kruithof)

Kom ie uit Limburg
Nou dan ken je ’t gelijk wel horen
Want al die gasten
Praten met een zachte g
En ook in Drenthe
Ja dan weet je van tevoren
Om ’t begrijpen
Neem een woordeboekie mee

Refrein:
Maar ik zing ai ai ai
En ik kom ui ’t Westland
En ik zing gaan gaan gaan
En plukkie al

Kom je uit Nalek
Uit de Heul of uit Ter Heije
Ja er is een ding
Wat ons allemaal verbindt
J ekomt ui ’t Westland
Dat ken je horen an die Aie
Je ken niet zonder
Het begint al bij het kind

Ja ik was laatst in Spanje
Daar ontmoette ik een westlandse kanjer
Ze zei, ga je mee naar m’n flat
Want ik maak alleen met Westlanders pret

Vuile Klauwe
(Kögeler/Kruithof)

Je zit zo lekker strak in je pak
Als jij vertrekt zit ik in een wak
Je haar dat wappert wild in de wind
Ga opzij, voordat ik je bespring

Refrein:
Je zegt het, ik weet het
Ik heb een grote muil
Maar ik zou je wille pakke
Maar m’n klauwe benne vuil

Je zit zo lekker strak in je vel
Je benen, ja dat zijn me een stel
Je kont die wiebelt speels in het rond
Het water loopt me in de mond

Ik zou ze motte wasse
Want ik kom net uit de kasse

Ik zie je elke week in de kerk
Heb jij dan nog nooit wat gemerkt
M’n pepermuntje geef ik an jou
Als teken dat ik van je hou


Lijnrijder
(Kögeler/v.d. Meij)

De uren die je maakt per dag
Die ken je maar niet meer
Want heb je weer ’n volle bloemenvracht
Moet je los zijn voordat je keert
Kom je ’s morgens vroeg weer thuis
Wanneer een ander mens ontwaakt
Gooi je de buit nog in de kluis
Waarna je ’n gat in de dag slaapt

Refrein:
Lijnrijder, je raast weer door de nacht
Je moet wel want je wordt op tijd verwacht
Elke keer is ’t weer ’n strijd
Twee keer te laat, dan ben je een klant kwijt

Natuurlijk is het leven vrij
Het heeft ook z’n mooie kant
Je maakt de mensen met je handel blij
Kijk weer n tevreden klant
Maar voor vrouw en kind kom je tijd te kort
En dat doet soms veel pijn
Want als je baas weer belt
Moet je weer voort
En je gaat weer als een trein

Houdt hij vaart,
Komt hij te laat
Hij moet door ’t Zwarte Woud
Hij geeft meer gas,
Tot aan de pas
Met rij-uren zit ‘ie fout
Het houdt niet op,
Wordt ’t geen strop
Er zit nog heel wat in
Nog een adres
Het is nog vers
Hij is los en blij van zin

Moe
(Kruithof)

Janus was een tuindersknecht
Die was voor niemand bang
Twee meter in het vierkant
Een tatoo op z’n wang

Op een dag ging die naar z’n baas
Die had een mooi karwei
Een warenhuis tomatenvuil
Moet je raaie wat ‘ie ’s-Avonds zei

Ik loop op m’n tandvlees
Ik ga naar m’n nest
Ik ging tekeer als een beest
Gegroet en welteruste

We hadden eens een drummer
Z’n naam was van der Kaaij
Hij keek vaak chagereijnig
En was ook meest niet blij

Het ritme wattie voor ons sloeg
Dat was ons veel te traag
Als we zeiden Kees een tandje bij
Was het antwoord op z’n vraag


Ben
(Kruithof)

In die goeie ouwe tijd
Ben het jaartal effe kwijt
Was er een ouwe tuinder genaamd Ben

Achteran de Pettedijk
‘k ben het nummer effe kwijt
’t zou best kenne dat je hem
erregens van kent

Ben die was niet zoveel thuis
Hij zat meest in ’t warenhuis
Lekker stiekum met een biertje op de pijp

Was het rond 12 uur
Kwam z’n vrouw naar de schuur
Die ging m zoeke
Want ze was hem weer ’s kwijt

Refrein:
Ben Ben, ben je me vergete
Kom ie nou al ete
Je prakkie wordt al koud

Ben Ben, zit je weer te zuipe
Kom ie t pad uit kruipen
Je maakt het echt te zout

Ben die had het best wel druk
En soms zat ie effe stuk
En dan kon ie de verleiding niet weerstaan

Ja dan ging ie effe plat
Lekker uitgebreid in t pad
Effe snurke en dan kon ie wel weer gaan
Ja dan ging hij weer te keer
Lekker plukken als een speer
En effe lekker achter het sorteermachien

Was het rond 6 uur
Kwam z’n vrouw weer naar de schuur
Want ze had m heel de dag nog niet gezien

Hard Werke
(Kruithof)

Ik weet nog goed ik was pas 16 jaar
Met pukkels, puisten een lastig exemplaar
Ik ging fluitend door het leven
Dee niet veel en was verwend
Mijn vader zei
Lui stuk vreten dat je bent

Refrein:
Hard werken houdt je overeind
Hard werke maakt je een echte vent

Toen ik 9 was toen kreeg ik een gitaar
Een ieder die me hoorde zei stoppen maar
Toch bleef ik lekker piele
Ook al had ik geen talent
En nou speel ik wel in een te gekke band

Waar haal je de energie vandaan
Keihard werken speren gaan

Toen ik 20 was ontmoeten wij elkaar
Je had blauwe ogen en prachtig blond haar
Ik dacht die ziet me vast niet zitten
Je bent me eerder zat dan gewend
Ik zette door en nu ben ik wel jouw vent


Nummer twee
(Kruithof)

Als een bom, als een bliksem, Het leek
Alsof het je geen pijn deed
Terwijl ik haast bezweek

‘k Schrok me dood het was het einde voor mij
je keek me aan en je lachte
toen je tegen me zei:

Refrein:
Ik vind het rot
Met je tuin veel geluk
Maar ik heb nu een ander
Als ik blijf loopt het stuk

Ik vind het rot
En het voelt ook zo vreemd
Ik dacht dat jij nummer een was
Maar je was nummer twee

Op de veiling, en een vriend is er ook
Hij vraagt hoe het gaat
En ik hou me groot

Ik pak een kar, en ik geef m’n een trap
’t is uit pure woede
want je brak mijn hart

Als een vlinder vloog je weg uit m’n hart
Ik dacht nog even dat je bleef
Nooit een kans meer nooit een nieuwe start
Ik weet niet meer waarvoor ik leef

Aan de bar en ik neem er nog een
’t is niet mijn eerste biertje
sinds jij verdween

Ik reken af en gooi wat geld op de bar
De kroegbaas kijkt en lacht
En denkt die is flink in de war

Als een vlinder vloog je weg uit m’n hart
Ik dacht nog even dat je bleef
Nooit een kans meer nooit een nieuwe start
Nee

’t is nu vrijdag, het eind van de week
ja de schuur is van kant
en het pad is geveegd

de sla draait door en ik bijna ook
eens brandde hier vuur
wat nog rest is de rook

Ik vind het rot
Met je tuin veel geluk
Maar ik heb nu een ander
En als ik blijf loopt het stuk
En ik ga kapot
Het interessert je geen ruk
Want jij hebt nu een ander
En ik zit effe stuk

Strand
(Kögeler/v.d. Meij)

Als het kwik boven de 20 staat
Als de tomatenprijs onder het piekie gaat
Ja dan pak ik m’n biezen bij elkaar
En ga naar het strand toe

Ja, ik kies osms voor ’t Monsterse strand
Met die kassenbouwers heb ik een bijzondere band
Maar ik ga ook vaak naar ’t Breeje Drup
Of naar de Hoek toe

Ik was in Zandvoort maar daar kenden ze me niet
En ook de boulevard interesseert me geen biet
En in Zeeland mis ik de WOS
En knappe meidenb

Ik droom dan meestal over meiden
Dan beleef ik gouwe tijden

Refrein:
Met je buik door ’t shcurende zand
‘k wil niets anders doen
dorst dat krijg je wel op ’t strand
zet het bier maar koel

Vrouwen bloot, handel dood, ja zo gaat ’t vaak
Je begint ’s morgens vroeg totdat ’t niet meer gaat
Wees toch wijs en doe als mij en rij
Richting strand toe

Met de auto of liever nog met de fiets
Anders sta je in de file, daaran heb je niets
’t wordt al druk dus kom nou maar heel gauw
mee naar Ter Heije


Lente
(Kögeler/Kruithof/v.d.Meij)

Hallo, hallo mijn naam is Jaap
Ik kom net out mijn winterslaap
Ik heb wat kreukels in m’n knar
En mijn haar zit door de war

Bij het 1e jaargetij
Voel ik me als een kalf in de wei
Staan de rozen in de knop
Spring ik er bovenop

Refrein:
’t is weer lente
ik voel het an me instrumenten
hou me tegen, zo meteen
spring ik door de gevel heen

Ik ben Jan en ik kweek peen
Groot, oranje, hard als steen
Ze noemen mij een adelaar
Omdat ik zo goed zie vandaar

Van die zon en al dat groen
Weet ik van gekheid niet wat ik moet doen
Ik trek me peen weer uit de grond
En voel me net een jonge hond

Arie is mijn naam
Van huis uit ben ik monogaam
Als het voorjaar weer begint
Sta ik niet voor mezelf in

Zie ik een hele mooie vrouw
Dan loopt het gieren uit de klauw
Maar m’n vrouw is ook niet gek
Legt een ketting om m’n nek


Haast
(Withagen)

Soms loop ik over straat
Dan zie ik mensen, die kijken dan zo kwaad
Ze lopen hard, want ze zijn te laat
Ze zijn te laat

Je moet dan echt niet met ze praten
Want ze hebben je helemaal niet in de gaten
Als je dat doet, dan schrikken ze zich rot
Ze hebben pijn in hun strot

Refrein:
Ze hebben haast haast haast

Daar komt de bus, daar stappen ze dan in
Ze hebben het niet echt meer naar hun zin
Ze konden hun brood niet rustig opeten
Ze moesten vreten

Daar staan ze dan, hangend aan de stang
Het leven maakt hun soms een beetje bang
Ze kunnen de rust toch maar niet vinden
’t zijn net blinden


Het leed der tuinders
(Kögeler/Kruithof)

Zijn eeltige handen omvatten de schoffel
De strijd tegen onkruid nog steeds onbeslist
Zijn zakken leeg en zijn hoofd vol met twijfel
’t verlangen groeit naar de rust van de kist

Refrein:
Het leed der tuinders
Werd zelden beschreven
Je werkt je te pleuris
Heel je leven
En als je begraven wordt
Nou dan mag ie hopen
Dat je gereden wordt
En dat je niet hoeft te lopen

’s Morgens vroeg op weg naar de veiling
onzeker van het lot wat hem weer wacht
draait het door of krijgt hij de beloning
voor de ellende die zijn warenhuis hem bracht

De koperen ploert staat weer hoog an de hemel
De druppels paarlen langs
Zijn diep gegroefd gezicht
Vandaag heeft hij weer een hele kas vol
Waarom is hij voor het tuindervak gezwicht


Kassen van Glas
(Kögeler/v.d. Meij)

’t is 12 uur de zon schijnt op
het hete dak van de glazen stad
elke zomer verlang ik naar kou
maar ach wat mot je nou
Tomaten rijpen verrekte snel
Ze motten eraf
Voor het end van de dag
Dieven draaien gebeurt ook nog gauw
Maar ach wat mot je nou

Maar ik zou toch echt
Niks anders willen doen
Dan het werken tussen ’t groen

Refrein:
In de kassen van glas
Vol met gewas
Tomaten, Paprika’s

’s Ochtends vroeg tot ’s avonds laat
werken voor je brood
langs de sloot
de paprika’s, motten an ’t touw
maar ach wat mot je nou
zo gaat het altijd dag in dag uit
’t is altijd wat
‘k ben het soms goed zat
Maar het is toch allemaal voor je vrouw
Dus ach wat mot je nou

Europa
(Kögeler/v.d. Meij)

Er komen andere tijden voor ieder om ons heen
Geen douanes meer
’t was niet meer te vermijden, wij zijn niet meer alleen
wat zijn we in de weer

Tomaten uit Hispanje, de druif uit Griekenland
De zon daar is een voordeel, da’s een feit
De kersen dat zijn Belgen, wat is er aan de hand
Raken we hier die handel kwijt

Refrein;
De grenzen zijn nu open, en je kan van alles kopen
In Europa
Onze tuinders vrezen prijzen, die nergens op lijken
In Europa

Gelukkig wordt er hier nog kwaliteit geteeld
Zoals je weinig ziet
Dat is ons serke punt, dat niemand ooit verveelt
Nadoen lukt nog niet
Misschien valt ’t allemaal mee en worden we d’r wijzer van
Samen staan we sterk dat wordt verwacht
We hebben elkaar nodig en dat zien we dus wel dan
De ochtend die komt pas na de nacht


Bordeel aan de dijk
(Kruithof)

’T is een geheim, niemand heeft ’t ooit geweten
’T is een geheim, d’r is een bordeel an de dijk
en een ieder die d’r effe wilde wezen
’T is een feit, die stond behoorlijk te kijk

Refrein:
Heb ie’t gehoord, d’r is een bordeel an de dijk
Niet verder vertellen, d’r is een bordeel an de dijk
Heb ie’t gehoord, d’r is een bordeel an de dijk
En ’t gerucht gaat als een lopend vuur
Ze houen ’t niet staande

Voor ’t bordeel stond een grote rij met coniferen
Voor ’t bordeel om ’t luren tegen te gaan
Maar dit kon ’t onheil echt niet keren
Als ie ging, dan kende ieder je naam

Klaas van Kees, Piet van Toos en Rein van Greetje
Benne ooit ’t verkeerde Pad opgegaan
Ze werden door vele vingers nagewezen
Hun vlees was zwak, ze hadden een zonde begaan

Op ’t end ging de hele handel naar de klote
Op ’t end door de kwaadsprekerij
’t Bordeel werd door de gemeenschap afgestoten
Klaas van Kees
Piet van Toos
Rein van Greet
Aad van Bep
Die benne niet blij


Welke kanjer
(Kögeler/Kruithof)

Sjaak was tuinder hij was vrijgezel
Boerde goed, ja dat zaggie wel
Hij zwom waanzinnig in de poen
Maar hij geen vrouw
Daar kon ie niks an doen

Ja, zijn vrienden namen toen de pen ter hand
En plaatsten een oproep in de krant

Refrein:
Welke kanjer past bij mij
Je hoeft geen miss Westland te wezen
Ik heb nog een plekkie vrijdag
En heb nooit de liefde bedreven

Ko was werkeloos, kwam net van school
D’r buurman Sjaak, dat was haar idool
Ze zowrd al jaren om hem heen
Maar hij zag haar niet, het was een probleem

Een advertentie in een plaatselijke krant
Beroofde haar bijna van ’t verstand
Ze schreef een nette brief
Buurman Sjakie lief
Jongen ben je helemaal blind

Sjakie ging toen naar de brillenboer
Die zei: Sjaak jongen je ziet geen moer
Links –7 rechts +1
Je krijg een bril en wel nu meteen
Sjaak die keek toen en hij zag gelijk het licht
En viel meteen voor Ko d’r gezicht


Brengt het nog wat op
(Kögeler/v d Meij)

Als het stek is gestoken
’t plantgoed weer gepoot
de kas net vol staat
doet je lijf nog zeer
de regenleiding an
het drupt onder de goot
dan komt de zon en
lukt het toch maar weer

Als het dan de tijd is
Dat an veilen wordt gedacht
Is er twijfel
In menig tuinders hart
Is er nou wel handel
Wordt er niet teveel gebracht
Je kan niet denken,
Je bent teveel verward

Refrein:
Brengt het nog wat op, is het wel de moeite waard
Wat kreeg je voor de klok
Werd het weer eens doorgedraaid
Brengt het nog wat op, heeft het nog wel zin
Je denkt weleens, ik stop, maar toch geloof je er nog in

Het zijn moeilijke tijden,
Er wordt heel wat afgeklaagd
Vindt je het gek,
Want zo gaat het toch fout
Wat je ook zet,
Er is veel meer aanbod dan gevraagd
Straks is er niemand,
Die nog wat overhoudt

De regering moet begrijpen,
Dat dit zo niet langer kan
Susidies zijn hier niet, voor onder glas
Wij houden het nog vol,
Maar niemand weet hoe lang
Straks blijft alleen,
Hoe het vroeger was


De Liftster
(Kruithof)

Ik kende haar niet, ze kende mij niet
Ze stapte in en ik gaf gas
Ik vroeg beleefd nog “waar moet je heen dan’
Ze zei ‘naar wat struiken en wat gras’

Refrein:
Vreemde vrouw, uit het grote onbekende
Jij bezorgde mij zorgen en ellende
Vreemde vrouw, zonder pressie of geweld
Beroofde mij van mijn kleren en mijn geld

Ik trok mijn broek uit, ik trok mijn shirt uit
Ik nam een duik en ik dook mis
Ze nam m’n kleren, de rest was ook weg
Het was een vreselijke list

Vreemde vrouw


Wateringen
(Kögeler/Kruithof/v.d. Meij)

Het stond pas in de krant
Dat kassen motte wijken voor het stenen land
Zijn ze nou helemaal gek
Is er dan geen andere stek
Het westland is toch uniek
Er is geen ruimte voor die haagse kliek
Het is ’t begin van ’t end
Als je je eigen buur niet kent

Refrein:
Als het glas moet wijken voor ’t steen
Waar mot ’t dan met ’t westland heen

Haagse heren weten ook
Velen verdien hier toch ook hun brood
De groei is er nog lang niet uit
Maar wel als je op haagse woningbouw stuit
Mensen denk er toch om
Staks is het westland een bebouwde kom
Het is nog niet te laat
Als het om onze toekomst gaat


Bloemkool
(Kruithof)

Bloemkool, wat mot je d’r mee
Bloemkool, wat mot je d’r mee
Eerst poten, dan giete, dan dekke
Verders niks
Dan kappe, dan doppe, dan veile
Verders niks
Hoemottatdan…


Een hete nacht in een kouwe koelcel
(v.d. Berg/Kögeler/v.d.Meij)

Aan het einde van de avond
Van een feestje in de schuur
’t was al niet zo vroeg meer
’t was bekant al ellef uur
een meisje vroeg an mij
schenk jij voor mij wat in
moest ik lopen naar de koelcel
ik had eigenlijk niet veel zin
ik stond daar in die koelcel
te sturven van de kou
toen dacht ik bij m’n eigen
wat wou ze nou ook weer nou
ze kwam al naar me toe
wees naar de fles met groene kleur
ze was in de koelcel
en dicht viel toen die deur

Refrein:
Een hete nacht in een kouwe koelcel
Ik heb je gekust achter het fust
En sindsdien heb ik geen rust

Ik voelde in het donker
Want ik had heel weinig zicht
‘k betastte heel wat knopjes,
maar geen een was van het licht
ze raakte in paniek en zei toen
he wat doe je nou
Ik zie: ik zoek een ander knopje
Maar ik vind hem niet zo gauw
We zaten opgesloten en
Tot haar groot geluk
Ben ik in het half donker
Best een lekker stuk (in z’n soort)
Zij mocht er ook wel wezen
Dus ik had zo gedacht
Dit is een kouwe koelcel maar
Dit wordt een hete nacht

In z’n soort was ’t best wel kicken,
Want wie verwacht er nou
Zulk een avontuur te ondergaand
Daar in die kille kou
Krijg jij hiervan geen kippevel
Dat vroeg ik toen aan haar
Ze zei als je eenmaal door ben
Dan wil je nog maar een ding maar
Maar ik weet nu waarom die eskimo’s
Nog lang zo gek niet ijn
Want een hete nacht in een iglo
Lijkt mij maar al te fijn
Ik heb het nu zelf ervaren
Dus weet ik er alles van
Een koelcel is voor mij niet koud meer
Maar zij wist dat allang


Slaap zacht
(v.d.Berg/Kruithof)

Een stukkie, twee regels, een zwarte rand
Een naam in de Westlandse Courant
Z’n leven een klaaglied, een heel leven lang
Zijn hart aan de tuinbouw verpand

Een wurfie, huissie, een klein lappie grond
Geurfd van z’n pa, waar z’n wieggie ooit stond
Een kappie, een pijppie, veel kroos in de barm
Van zorgen rijk, maar van centen zo arm

Rust zacht, ouwetuinder
Laat dat vuil bij je steen nou maar staan
Slaap zacht, ouwe tuinder
’t is ’t eind van een armoedig bestaan

Had pijn in z’n poten, had pijn in z’n lijf
Z’n rug van zijn enkels af stijf
Maar nooit getwijfeld, hij moest en zou door
Zijn kinderen, daar deed tie ’t voor

Sjouwen, zwoegen, de weg wel eens kwijt
Kwam nooit de wurft af, had immers geen tijd
Maar nou kreeg ie zonder respijt
Een enkele reis naar ’t groot gunterweit


Oh Yvonne
(v.d.Berg/Kögeler/v.d.Meij)

Donkerblond met lange lokken
Spontane lach en blij van zin
Gelukkig is ze niet vertrokken
Maar wel getrouwd dat zat erin
Altijd in voor een leuk praatje
En drinkt ook nog gezellig mee
Al de narigheid vergat je
Bij een potje bier maar ze drinkt ook thee

Oh, Yvonne
De mooiste meid van de glazen stad
Oh, Yvonne
Zo’n lekker ding wordt je toch nooit zat

Als de band weer eens gaat spelen
Is ze daar ook zeker bij
En wordt bekeken door zovelen
Door hem, door jou en ook door mij
Want ook al heb je thuis die ene
Waar je toch het allermeest van houdt
Yvonne met haar lange benen
Blijft om te zien helemaal goud


Het Westlandlied

Als bloemen bloeien achter stranden
En mensen zoeken ’t bruin van zon
Omhelzen westlandse tomaten
Hun zusjes de komkommers groen

Dan knispert sla en blozen pruimen
En streelt de perzik en de druif
Is als een uitgelaten meisje
Met bloedkoralen in haar kuif

Dat is het Westland glazen stad
Europa’s tuin en neerlands schat

Als glazen stad gaat openbloeien
En mensen zien haar diamant
Van duizend vensters, duizend kleuren
Karbonkelent tegen duinenrand

Dan knipoogt sla en lachen pruimen
En kust de perzik, is de druif
Als springend, zingend, dansend meisje
Dat blij zich opmaakt voor een fuif


Oeauw Kassenbouw
(v.d.Kruik, Kruithof)

Het is half zes, die klote wekker gaat
Kom uit je nest, anders ben je te laat
In regen en wind, in hitte of in kou
Om 10 uur een bakkie
Tuinder Oeauw Kassenbouw

Refrein:
Oeauw kassenbouw (3x)
Oeauw kassenbouw, ja het is een heel gesjouw

Al die verhalen over drinken hier en vrouwen daar
De meeste gelogen slechts sommige zijn waar
Te weinig tijd, de hele dag in touw
Ja, zo zijn de mannen in de kassenbouw

In Frankrijk of Duitsland of ver weg in de States
De meeste bouwers zijn overal geweest
Soms weken weg, weg van kind en vrouw
Ze gaan voor hun werk
En dat is de kassenbouw

Effe beglazen een ruit en dan een roe
Heel vaak wel maar soms gaat het niet goed
Kijk een fint (au) twee sneeen in je klauw
Dat is het risico in de kassenbouw


Julia
(Koelewijn/v.d. Meij)

Tussen warenhuizen langs de noordzee
Daar heb ik mijn hart verloren
Ze vroeg aan mij
He ga je mee
Dat was wat ik wou horen
Naar de ouwe droog
Daar is het bar gezellig
Ik ging met julia op stap
Dat vond ik pas geweldig

Julia
Ik was een koning te rijk
Julia
Een blonde uit Honselersdijk
5 dagen wachten
maar in ’t weekend is ze vrij
Julia
Je hoort alleen bij mij…
Oh Julia

Het is nu al een hele tijd
Dat wij met elkaar stappen
Ik wil haar voor geen goud meer kwijt
Dat kan je vast wel snappen
Naar een braderie
Een lekker happie eten
Blijf voor altijd toch bij mij
Dat mag je nooit vergeten

Astrid
(v.d. Meij)

Kijk haar daar toch eens staan
Het valt niet mee om jou steeds niet aan te staren
Ik zou met jou wel verder willen gaan
Of zijn er nog wel enkele bezwaren
Want je hebt misschien een ander
Daarom vraag ik nog maar niets
Maar wat ben je toch een kanjer
Wil je wat drinken of zoiets

Refrein:
Astrid
Zie je dan niet
Dat ik in vuur en vlam sta
Astrid
Zie je dan niet
Je bent het helemaal
Astrid
Zie je dan niet,
Dat ik alleen voor jou ga
Astrid
Zie je dan niet
Je hebt het allemaal

Fonkelende ogen zo mooi
Ik wist niet dat dit mij ook kon overkomen
Gevoelens van een roofdier
Met z’n prooi
Kom ik ook bij jou voor in je dromen


Twee tissies druiven
(Kruithof)

Je bent op z’n zondags gekleed
Je hebt van mijn liefde voor jou nog geen weet
En je gaat naar die schuurfeesten toe
Ik zou zo graag willen,
Maar ik ben veel te moe
Want ik doe bij mijn baas erg mijn best
Ik werk me in’t zweet
En ik mot vroeg uit m’n nest
Meid, ik ben niet de man van het woord
Geen zin uit mijn mond heeft een vrouw ooit bekoord

Refrein:
Ik heb twee tissies druiven voor jouw
Keurig gekrent
En nog helemaal met dauw
Twee tissies druiven voor jou
Zo mooi als je ogen
Zoi diep donkerblauw

Je bent zo onsterfelijk mooi
Ik kijk vaak en hou m’n gezicht in de plooi
Maar met die glimlach zo lief en spontaan
Schenk jij me de schat in m’n schamel bestaan
Misschien als ik je benaderen zou
Ik moet, want wat rest me nog hier zonder jou
Ja, m’n druiven met liefde geteeld
Voor eigen eet,
Maar met niemand gedeeld


Jij achter het glas
(Kruithof)

Ik zag stukken aan het strand
Die waren fijn, fijn, fijn,
En dat meissie uit Maasdijk
Dat mocht er ook best zijn
Er hangt een poster op de plee
Nou, daar heb ik best wel vrede mee
Maar het geeft me niet het gevoel van ware liefde

Refrein:
Maar jij ahcter het glas tussen de bloemen
Jij achter het glas tussen de bloemen
Licht gebogen over een bed
Nergens zag ik zo een pracht portret
Dan jij achter het glas tussen de bloemen

Meest zijn mijn woorden groot
Maar daden klein, klein, klein
Dat komt door die brutale mond van mij, mij ,mij
Maar soms ben ik even stil
En is staren alles wat ik wil
Dan wordt m’n mond gesnoerd
Door ware liefde

Je hebt geen lippenstift
Je bent zo puur natuur
Dat bevalt me ook veel beter
Oop de lanbge duur
Je hebt je haar niet in de krul
Maar je bost je bos en glimlacht gul
Dat hart van jou zit vol
Met ware liefde


De Koopman (opgedragen aan V. Disselkoen +)
(Kögeler)

Leefde sober, ook al had hij veel geld
Z’n vrienden snapten hier niets van
Een ieder in het vak was op hem gesteld
’t was voor hen een echte koopman

Prakkezeerde over de prijs aan de klok
Zou hij een stuiver meer geven?
Als het lukte waagde hij soms de gok
’t was zijn lust en zijn leven

Refrein:
Het was een koopman
De verwachte prijs aan de klok
Leek voor de koopman geen gok
Hij was een koopman
Het werd een goeie dag
Als hij d’r handel in zag

Op nieuwe markten als eerste paraat
Wist snel z’n klanten te binden
Wat hij wegstouwde,
Men wist vaak geen raad
Soms was er geen trailer te vinden

Zijn zaak die groeide hard,
Hij hield het maar net bij
Kon hij het wel blijven volgen?
Als het aan hem lag
Bleef het liever wat klein
Hij had ook zo genoeg zorgen

Het end kwam veel te snel
Z’n hart gaf het op
Was ’t de verandering
Of kwam het door het getob…?


Liefde onder glas
(v.d.Berg/v.d.Meij)

’T is nu al een jaar of wat geleden
je boste nog chrysanten het hele jaar rond
we hadden al vaker naar elkaar gekeken
en op een dag vroeg jij, wat ik nou van jou vond

Hoewel ik daar nog al lauw op reageerde
Voelde ik m’n hart steeds sneller slaan
Je hebt zo van die lui die ’t toch nooit leren
Want je dacht: dit wordt niks en bent toen weggegaan

Na jouw vertrek kwam ik er al snel achter
Dat ik veel meer om jou gaf dan ik had gedacht
Je stem zit in mijn hoofd, ’t wordt maar niet zachter
En dan te weten dat jij steeds op mij had gewacht

Na al die tijd kan ik je maar niet vergeten
Maar hoop toch dat je nu gelukkig bent
Als dat niet zo is,
Laat me dat dan snel weten
Want dat is m’n kans op nog een happy end

Refrein:
Het was liefde onder glas
Ik ad er nooit bij stilgestaan
Dat het heel bijzonder was
Ik heb ’t zomaar laten gaan
Wat ben ik een dwaas geweest
Jou op m’n antwoord te laten wachten
Jou wil ik het allermeest
Je gaat nooit uit mijn gedachten

Zo’n fout maak ik nooit meer
Wanneer zie ik je weer
Je gaat nooit, echt nooit, uit mijn gedachten


Lange lanen
(G.Kester/Kromme Jongens)

Ik hou van lange lanen (3x)
Die zijn fijn
Hou jij van lange lanen?, dan ken je lekker banen
Ik hou van lange lanen, lekker lang

Ik hou van lange lanen (3x)
An een stuk
Baan ik op lange lanen
Dan barst ik uit in tranen
Dan barst ik uit in tranen van geluk

Lange lanen
Lange lanen

Ben het spougzat
(kromme jongens)

Ik ben het spougzat


Glasshouse

Haal die vingers uit je ore
Hou is op met neuze bore
Laat je tuingoed an en zing
Dit is glasshouse
Kom op en zing

Voel het even in je botten
Wat ken jou die prijzen rotte
Ik ben Peet een kromme jongen
En dans de lucht uit m’n longen

Ja ook Rob danst effe mee
Gaat ook met hip, hop in zee
Dans ook mee op Ter Heije
En laat je op de dansvloer glije

Zet de WOS is op
Dan wordt het helemaal echt top
Roep het allemaal op de Lee
Zet een luchie en doe mee

Refrein:
Dans nu mee op de lee
Geef je bek maar een douw
Zet een luchie in de kas
Glasshouse

’t Is vandaag weer bar gezellig
en het gaat och echt geweldig
zet de veilingklok maar stil
ook al komt er nog wat veel

Ook onze Gerrit vindt het goud
Ik voel me nog lang niet oud
Als ik de geit heb verzet
Maak ik hier nog dikke pret

Kap is effe met dat plukke
Ja dat zal toch ook wel lukke
Doe het op ’t sorteermachien
Hou het effe voor gezien

‘k Wil weer naar ’t Westland gaan
(Kögeler)

‘k Lag zomaar wat te dromen
wat er morgen zou gaan komen
‘k Had er echt geen zin meer in
en in slapen al evenmin
toen ging ik een pilsie pakken
naar de kroeg
met m’n makker

Ik droom nog steeds van d’ouwe Droog
’t was of daar de tijd omvloog
effe biere in de Wereldwip
voorda’k ’t Teejater binnenglip
Buiten ’t Westland is het niet veel an
‘k Geloof dat ik niet wennen kan

Refrein:
‘k Wil weer naar ’t Wetland gaan
en weer tussen kassen staan
Ik mis het banen als een speer
‘k Wil weer naar ’t Westland gaan
en ballen rezen baan voor baan
en sla prikke keer op keer

Altijd tijdens bakkiestijd
Mis ik m’n kameraden geheit
Ik maak er dan ook geen geheim meer van
Dat ik niet zonder de Stelling kan
Ik mis het Winkeltje als eetcafe
Dus kom op en ga met me mee


Westland Blues
(Kögeler/Kruithof)

m’n meissie is weggelope
m’n baantje ben ik kwijt
m’n baas heeft me ontslage
‘k heb een zee van vrije tijd

Elf uur, ’t bed uitgekrope
Chagrijnig van de nijd
Ik wil wel en ik blijf hopen
Maar ’t is stof waarin ik bijt

Voortdurend leef ik in een roes
Is het de blues, de Westland Blues
In ’t leven zit ’t mij niet mee
‘k was beter af op Westerlee

Jeanette krijg jij de klere
Je mos me niet, je mot me kwijt
In ’t leven mot je leren
Jouw type deugt niet meid

Ik ga opnieuw beginnen
Ik ga nu door het vuur
Ik sta op en ga beginnen
Komop man ’t is ellef uur


Bakkie Pleur
(Kögeler/Kruithof/v.d. Meij)

Ik heb zo’n trek in een bakkie pleur
De hele dag ruik ik die geur
Ik heb zo’n trek in een bakkie pleur
’t moet uit zijn met dat gezeur
jongens ga je mee een bakkie doen

Ochtendoverpeinzing
(Kruithof)

Alie is een tuindersknecht
Werkt nu an de Groeneweg
’s ochtends vroeg stapt uit de bus
met frisse moed weer aan de klus
Tomaten, sla, komkommers, prei
Alie’s leven gaat voorbij
Z’n poet gaat in een envelop
Stuur ’t ie naar thuisland op
Alie, Alie zie je niet
Dit is het ware leven niet
Je red het wel het gaat wel goed
Maar ’t draait wel om de poet


Bij de Veiling
(Kögeler)

Toen ik je voor het eerst zag
Toen ik je voelde in m’n hart
’t was bij ’n cafe in de Heul
’t was me toch geen flauwekul

Het liep eerst zoals ik dat wou
Ik deelde mijn liefde met jou
Het voelde als een opkomend tij
En de vlinders maakten me blij

Refrein:
Bij de veiling mocht ik je omarmen
Bij de veiling
Veiling Westland Zuid
Op het asfalt
Tussen alle banden
’t was bij de veiling
Veiling Westland Zuid

Ik dacht niet an de prei-prijs
Het was jij die stond op mijn prijslijst
Ik leefde toe naar die zoen
Maar ik dacht zou ik dat nu wel doen

Het zat me toch altijd niet mee
Het was of de liefde weggleed
Het moest toch niet blijven bij een blik
Het ging me toch ook om die kick

Na die kus was het gedaan
Ik zag je toen naar je werk gaan
De vlinder die in mijn buik vloog
Bleef over van mijn betoog

Laat me niet achter Marlies
Je weet toch da’k voor je kies
Ik ga je toch achterna
Ik kan niet meer zonder jou


Tuindersvrouw
(Kruithof)

Ze was mooi
't was een stoot, 't was een stuk
Ze was knap en intelligent bovendien
Op hogescholen graag gezien

Niets in de weg, zou je zeggen
Niks aan de hand, denk je dan
Maar toch maakte zij een fout

Ze trouwde met een tuinder
Zo'n trostomatentuinder
Ze had een toekomst om te zoenen
Nou staat het lood d'r in d'r schoenen
Ze trouwde met een tuinder
Zo'n half failliete tuinder
Ze had een toekomst om te kussen
Ze kon haar liefdesvuur niet blussen

Nu zijn haar haren dof en grauw
d'r nagels constant in de rauw
Wat eens haar goddelijk lichaam was
bukt nu onder een zware last
en 's ochtends gaat de wekker
endan baalt ze als een stekker
de bloemen benne weer onder de prijs
d'r vent die wordt al grijs

't is hard
ja het is een hard bestaan
Was nooit met die vent in zee gegaan
't is fout,
ja 't is helemaal verkeerd
Had dan liever een vak geleerd

Westlands Carnaval
(v.d.Berg/Kögeler/Kruithof/v.d.Meij)

Laatst zegt een goser tegen mij
dat westlands carnaval, hij zegt
hoe mot je dat nou vieren?
is het net als overal?
Ik zeg, man pluk 's een tomaatje
en prik een kroppie sla
en sla ze op je kanus
en loop me achterna
(me goan naar 't)

Refrein:
Westlands carnaval
Kromme jongens, plukkie al
alleen een beetje blad bij het geveltje
met een bierechie op de pijp
en een jenevertje
Westlands carnaval

Ik praatte met een meissie
zo die was me depressief
Ik zeg, hoe ken dat nou toch weze?
ze zeg: nou m'n vriendje lief, ze zeg
die liet me weer eens zitten
Ik zeg: ja ' zal, joh, ga nou gauw, ik zeg
snij jij een bos chrysanten
en steek ze in je mouw (we vieren)

Ik liep te prakkezeren
An't endje van me pad, ik doch
ik loop hier wel te spere
Ik doch, joh krijg toch wat
Ik loop hier wel te dieve
maar ik ben 't ben knap spaugzat
ik leen us een komkommer
en speld 'm op me gat

Met op je neus een trostomaat
Baanie door tot 's avonds laat
met wat slingers in de schuur,
Feesie door tot het late uur
Met een komkommer an je broek
Bennie tot onder de middag zoek
Op dat vette mikke, superdikke
Westlands Carnaval